Skip to content

Vrijwilligers coördinator Annelies Hasewinkel vertelt over haar werk in het C’est La Vie-Huis

Henriette - Raad van toezicht
Na dertig jaar als audicien te hebben gewerkt, maakte Annelies Hasewinkel (57) uit Bussum recent een opvallende carrièreswitch. Wat begon als vrijwilligerswerk in het C’est La Vie-Huis in Naarden groeide uit tot een nieuwe loopbaan. Na bijna negen jaar als zorgvrijwilliger is ze sinds 1 juli vrijwilligerscoördinator van het Bijna Thuis-huis aan de Rijksweg in Naarden. “Ik ga eigenlijk altijd met een voldaan gevoel naar huis. Natuurlijk is het soms verdrietig, maar het brengt zoveel moois.” Wie voor het eerst het C’est La Vie-Huis binnenloopt, verwacht vaak een stille, ingetogen plek. Een huis waar zacht wordt gesproken en verdriet overheerst. Volgens Hasewinkel verdwijnt dat beeld meestal al binnen enkele minuten. “Veel mensen zeggen tijdens een kennismakingsgesprek: ‘Het is hier eigenlijk best gezellig.’ Ze vinden het bijna gek om dat hardop uit te spreken. Maar het klopt wel. Natuurlijk is er verdriet, want mensen komen hier om te overlijden. Tegelijkertijd is er ook heel veel leven, warmte en humor. Er wordt gewoon geleefd.” ‘We proberen zoveel mogelijk mee te bewegen met de wensen van onze gasten’ Het C’est La Vie-Huis noemt zichzelf bewust een Bijna Thuis-huis. En dat merk je volgens Hasewinkel aan alles. “We proberen zoveel mogelijk mee te bewegen met de wensen van onze gasten. In een ziekenhuis gaat veel volgens vaste tijden. Je krijgt op een bepaald moment je medicijnen, je wordt op vaste tijden gewassen. Hier hoeft dat niet. Wil iemand uitslapen? Dan slaapt die uit. Heeft iemand zin in iets bijzonders om te eten? Dan proberen we dat mogelijk te maken.” Het draait om kleine dingen die een groot verschil maken. “Er worden iedere dag verse maaltijden gekookt, er staan altijd bloemen in huis en onze tuin wordt met veel liefde onderhouden door vrijwilligers. Gasten die daar nog toe in staat zijn, kunnen gewoon aanschuiven in de keuken voor het ontbijt, de lunch of het avondeten. We willen dat mensen zich hier thuis voelen.” Als coördinator werkt Hasewinkel twintig uur per week. Samen met haar collega José Limpens begeleidt ze de vrijwilligers en zorgt ze ervoor dat het huis dagelijks soepel draait. “Maar eigenlijk vind ik het lastig om precies te zeggen wat mijn functie is. We doen het namelijk echt met z’n allen. We werken hier met meer dan honderd vrijwilligers, verpleegkundigen, de directie en de coördinatoren. Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid, maar er is geen hiërarchie. Als het nodig is, zie je net zo goed een directielid een pan soep roeren of bloemen schikken. En als ik zie dat het druk is, loop ik met een wasmand naar de wasruimte. Dat is heel normaal.” ‘Partners worden weer partner. Kinderen worden weer kind. Het contact wordt weer zuiverder’ Een van de mooiste veranderingen ziet Hasewinkel bij de familieleden. “Veel gasten komen vanuit een thuissituatie waarin een partner of een kind lange tijd intensief heeft gemantelzorgd. Zodra ze hier zijn, kunnen ze die zorg aan ons overlaten.” Ze ziet letterlijk de ontspanning terugkeren. “Partners worden weer partner. Kinderen worden weer kind. Het contact wordt weer zuiverder. Ze hoeven niet meer voortdurend bezig te zijn met medicijnen, wassen of tillen. Ze kunnen gewoon naast hun dierbare zitten. Dat is ontzettend waardevol om te zien.” Juist aan zorgvrijwilligers is op dit moment de grootste behoefte. Van de ruim honderd vrijwilligers die het C’est La Vie-Huis telt, is ongeveer 60 procent zorgvrijwilliger. “Dat zijn de mensen die echt aan het bed staan”, legt Hasewinkel uit. “Samen met de verpleegkundigen verzorgen zij onze gasten. Ze helpen bijvoorbeeld met wassen, aankleden, eten en drinken, begeleiden mensen naar de badkamer en zorgen ervoor dat de kamers netjes blijven. Maar ze ontvangen ook bezoekers met een kop koffie of thee en iets lekkers. Het werk is dus veelomvattend.” Die afwisseling maakt het volgens haar zo bijzonder. “Je bent niet alleen met zorg bezig, maar draagt ook bij aan de warme, huiselijke sfeer in het hospice. Dat maakt het ontzettend dankbaar werk. We hebben hier allemaal hetzelfde doel voor ogen: onze gasten en hun naasten een liefdevolle omgeving bieden in de laatste fase van het leven. Of je nu zorgvrijwilliger bent, in de tuin werkt, kookt of coördinator bent, uiteindelijk staan bij ons alle neuzen dezelfde kant op.” Een zorgachtergrond is daarbij helemaal niet nodig. “Ik had zelf ook nul ervaring in de zorg toen ik begon. Je leert ontzettend veel van de verpleegkundigen en van je collega-vrijwilligers.” Nieuwe vrijwilligers worden uitgebreid ingewerkt en volgen een basistraining via de Vereniging Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ). Daarnaast zijn er trainingen over onder meer tillen, ziektebeelden, rouw en complementaire zorg. “We laten mensen nooit aan hun lot over. Er is veel begeleiding en je kunt jezelf blijven ontwikkelen.” Dat het werk soms emotioneel is, ontkent Hasewinkel niet. “Mensen komen hier om te overlijden. Dat betekent dat je ook getuige bent van verdriet. Mensen worden voorgoed gescheiden van hun naasten. Dat gaat ook ons niet altijd in de koude kleren zitten.” Juist daarom is er veel aandacht voor de vrijwilligers. “Je hoeft je hier niet groot te houden. Als iets veel indruk heeft gemaakt, praten we daarover. Wij als coördinatoren zijn er voor de vrijwilligers. We bellen mensen na als dat nodig is en maken tijd voor een gesprek.” Na ieder overlijden volgt bovendien een bijzonder ritueel. “We begeleiden onze gasten gezamenlijk uit het huis. Dat zijn heel intieme momenten. Daarna drinken we altijd samen een kop koffie of thee. We gaan niet meteen weer verder met de rush van de dag, maar staan eerst bewust stil bij het afscheid.” Volgend jaar viert het C’est La Vie-Huis zijn 10-jarig bestaan. Dat jubileum staat volgens Hasewinkel vooral in het teken van de mensen die het hospice al die jaren mogelijk hebben gemaakt. “We organiseren allerlei extra activiteiten om onze vrijwilligers in het zonnetje te zetten. Of je nu net bent begonnen of hier al tien jaar rondloopt, iedereen doet mee. We zijn ontzettend dankbaar voor iedereen die zich hier inzet.” Die inzet blijft hard nodig. Het C’est La Vie-Huis beschikt over acht gastenkamers en draait grotendeels op vrijwilligers. Daarom is de organisatie voortdurend op zoek naar nieuwe mensen die gemiddeld één dienst van vier uur per week willen draaien. “Het werk is vrijwillig, maar niet helemaal vrijblijvend. We hebben elkaar nodig om het rooster rond te krijgen.” Wie nieuwsgierig is naar het vrijwilligerswerk, hoeft volgens Hasewinkel niet direct een beslissing te nemen: “Maak een afspraak en kom de sfeer proeven. Vrijwel iedereen die hier voor het eerst binnenkomt, gaat met een heel ander gevoel weer naar huis. In oktober organiseren we weer een open dag. Dat is een mooie gelegenheid om het huis te bekijken, vragen te stellen en te ervaren hoe bijzonder het is om hier vrijwilliger te zijn. De drempel is veel kleiner dan mensen denken.”
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief